Fotografietips deel 2
Lees ook tip 1 t/m 5.Tip 6
Fotografeer in de lengte

Tip 7
Breng je onderwerp in beweging

Een regisseur positioneert de personen: “kom allemaal hierheen en leun voorover naar de camera”. De meeste beelden kosten niet zoveel moeite. Dat is echter ook de achterliggende gedachte; neem de leiding over je beeld en je maakt de mooiste foto’s.
Tip 8
Snapshots maken

Tip 9
Plaats het onderwerp op de voorgrond

Als je een landschap fotografeert plaats je het onderwerp, bijvoorbeeld een boom, op de voorgrond. Elementen die op de voorgrond staan geven het beeld een bepaalde diepte. Een persoon op de voorgrond kan als motief dienen om een landschap te fotograferen.
Je kunt van verschillende situaties een compositie maken door een onderwerp op de voorgrond te plaatsen: hangende boomtakken die een landschap op de achtergrond illustreren, een venster of een boog die voor de nodige diepte zorgt. Zo wordt de landschapsfoto spannender.
Tip 10
Stel zelf scherp

Als het onderwerp zich niet in het midden van het beeld bevindt, moet de autofocus uit, zodat je alsnog een scherpe foto kunt maken. De meeste autofocus camera’s richten zich op hetgeen zich in het midden van het beeld bevindt; dat kan het onderwerp, maar ook de omgeving zijn. Voor optimaal beeld moet het onderwerp zich echter naast het midden van het beeld bevinden.
Om desondanks scherp beeld te verkrijgen, richt je de camera eerst op het midden van het beeld en zet dan de autofocus uit. Vervolgens verander je de compositie en stelt het onderwerp naast het midden op. In de regel wordt de focus in drie stappen uitgeschakeld. Richt de camera op het onderwerp; hou de opnameknop half ingedrukt. Positioneer het onderwerp goed en richt de camera er nogmaals op. Druk vervolgens de opnameknop volledig in en maak een foto!

