Landschapsfotografie werd oorspronkelijk populair bij 19e-eeuwse kunstenaars die beseften hoeveel sneller het was om een camera te gebruiken dan een penseel. De beroemde landschapsfoto van Edward Steichen, Vijver bij maanlicht, is een voorbeeld van het gebruik uit die tijd om over zwart-witfoto’s heen te schilderen. Snel door naar de 20e eeuw, toen fotografie begon te worden gezien als een kunstvorm op zich en fotografen geobsedeerd raakten door het creëren van de perfecte landschapsfoto.

Vijver bij maanlicht van Edward Steichen, 1904, via Wikipedia

De Amerikaanse fotograaf Ansel Adams was een van de vroege pioniers van de landschapsfotografie. Hij was een gepassioneerd milieuactivist en fotografeerde de natuurlijke wereld in de hoop anderen te inspireren meer te doen om deze te beschermen.

Zijn schitterende zwart-witfoto’s van Yosemite National Park in Californië, zoals Monolith, the Face of Half Dome, vingen de grootte en de majesteit van de natuurlijke wereld. Hij verwierf al snel naam als een van ‘s werelds toonaangevende fotografen, en landschapsfotografie werd steeds populairder.

Belangrijke camera-instellingen en technieken voor landschapsfotografie

Of je nu graag landschappen fotografeert tijdens je vakantie met je partner of tijdens het verkennen van je lokale omgeving met je (klein)kinderen, hier zijn een paar tips en technieken om je te helpen meer uit elke opname te halen.

1. Gebruik de juiste lens

Je kunt prachtige landschapsfoto’s maken met elke camera-lenscombinatie. Met een brede lens, zoals 10 mm, 18 mm of 24 mm, kun je echter meer van de compositie in je kader krijgen. Je hebt misschien ook een zoomlens, zoals een 18-55 mm, die ook geschikt is voor landschapsfotografie. Vergeet niet zo ver uit te zoomen als je met de lens kunt.

Bonustip: de meeste smartphonecamera’s hebben brandpuntsafstanden van ongeveer 24 mm of 27 mm, waardoor ze perfect zijn voor landschapsfotografie.

2. Maak gebruik van de manuele modus

Als je landschappen fotografeert met een DSLR- of spiegelloze camera, kun je volledige controle over je camera krijgen door over te schakelen op de manuele modus. Zo kun je de instellingen voor ISO, diafragma en sluitertijd handmatig instellen (zie de voorbeeldinstellingen hieronder).

Als je liever met je telefoon fotografeert, download dan een foto-app zoals Manual Camera DSLR om je telefooncamera in de handmatige modus te gebruiken.

3. Gebruik een klein diafragma

Je kunt bepalen hoeveel licht je lens in je camera binnenlaat door het diafragma aan te passen. Een groot diafragma zoals f/1.8 zal bijvoorbeeld veel meer licht in je camera binnenlaten dan een diafragma van f/10. Het is echter belangrijk om te weten dat het diafragma ook de scherptediepte van je camera bepaalt. Een groot diafragma van f/1.8 of f/2.8 creëert een kleine scherptediepte, waardoor objecten dichtbij je camera scherp zijn terwijl de achtergrond wazig wordt. Dit is ideaal voor portretfotografie, maar niet voor landschapsfotografie, waarbij je de hele scène scherp wilt hebben. Om dit te bereiken, kies je een diafragma van f/8, f/11 of zelfs f/16. Met apps zoals Manual Camera DSLR kun je ook het diafragma van je telefooncamera regelen.

Bonustip: een kleine diafragmaopening (zoals f/16) helpt je ook om starbursts vast te leggen wanneer de zon fel schijnt. Dit is wanneer de zon schijnt en verandert in een enorme ster in je foto.

4. Gebruik een lage ISO-waarde

De ISO-instelling bepaalt hoe gevoelig je camera (op je telefoon) is voor licht. Een lage ISO-instelling is perfect voor landschapsfotografie, omdat je dan veel details krijgt zonder ruis en korrels in je foto’s. Probeer bij helder daglicht rond ISO 200 of 400 te blijven. Als je op donkere momenten van de dag fotografeert, zoals bij zonsopgang of schemering, probeer dan indien mogelijk op ISO 800 of lager te blijven.

5. Gebruik een statief en langere sluitertijden

Het mooie van landschapsfotografie is dat onze composities en onderwerpen, of het nu een bos- of een strandscène is, niet bewegen. Dit betekent dat we onze camera op een statief kunnen zetten en langere sluitertijden kunnen gebruiken, zoals 1/50 of zelfs een hele seconde of twee. Dit is fantastisch om de beweging van water, golven of bomen in je foto’s te laten zien. Omdat je langere sluitertijden kunt gebruiken, kun je ook lagere ISO- en diafragma-instellingen gebruiken. Je statief houdt je camera stil, wat betekent dat je nog steeds scherpe foto’s krijgt.

Bonustip: je kunt speciale statieven kopen die speciaal voor telefooncamera’s zijn gemaakt of gewoon een adapter kopen om je telefoon met je camerastatief te gebruiken. Dus maak je geen zorgen als je geen DSLR- of spiegelloze camera hebt, je kunt nog steeds prachtige landschapsopnamen maken met je telefoon.

Tips en technieken voor landschapsfotografie voor specifieke scenario’s

1. Superheldere, zonnige dagen, of je nu op het strand of in het park bent

Of je nu op het strand, in het bos, in de bergen of aan een meer bent, Moeder Natuur ziet er altijd spectaculair uit in fel zonlicht. Begin met het kiezen van de laagste ISO-instelling van je camera, die ongeveer 100 of 160 zal zijn. Stel vervolgens je diafragma in op f/11 of f/16 en pas je sluitertijd aan tot je tevreden bent met de belichting. Dit zal waarschijnlijk rond 1/250 zijn. Ga niet langzamer dan dit tenzij je van plan bent een statief te gebruiken. Het is onwaarschijnlijk dat je een statief nodig hebt als de zon schijnt, maar wees niet bang om het te gebruiken als je wilt oefenen.

2. Contrastrijke bostaferelen

Er gaat niets boven een fotoshoot in het bos met een picknick en familie en vrienden, maar lichtomstandigheden met een hoog contrast kunnen lastig zijn. In dit scenario zet je je camera of telefoon op een statief voor de beste resultaten. Zo kun je een klein diafragma van ongeveer f/11 of f/16 gebruiken om zoveel mogelijk van je scène scherp te krijgen, terwijl je een lage ISO van ongeveer 400 behoudt. Je kunt dan je sluitertijd aanpassen tot je tevreden bent met de belichting. Begin bij ongeveer 1/50 en versnel of vertraag indien nodig.

3. Gouden uren van zonsondergang en zonsopgang

Er is geen beter moment om landschapsfoto’s te maken dan tijdens de gouden uren van zonsopgang en zonsondergang. Denk er echter aan dat, hoewel de lucht er voor jouw ogen misschien vrij helder uitziet, het voor je camera een relatief donkere scène zal zijn. Zet je camera op een statief en kies de juiste instellingen. Je wilt een gemiddeld diafragma van ongeveer f/4 of f/5.6 om veel licht binnen te laten en er toch voor te zorgen dat je alles scherp krijgt. Begin met een ISO van ongeveer 500 en een sluitertijd van ongeveer 1/250. Pas je sluitertijd aan tot je tevreden bent met de belichting. Als je geen statief wilt gebruiken, zet je het diafragma zo ver mogelijk open en verhoog je de ISO naar ongeveer 800. Dit zou je een sluitertijd moeten geven die snel genoeg is om scherpe foto’s uit de hand te maken.

4. Nachtlandschappen en sterrensporen

Of je nu fotografeert met een professionele DSLR- of een smartphonecamera, als de zon eenmaal onder is, heb je beslist een statief nodig om scherpe landschapsfoto’s te maken. Open je diafragma tot f/2.8 of zo groot mogelijk om zo veel mogelijk licht binnen te laten. Probeer je ISO op maximaal 1600 te houden, want alles daarboven zal veel korrels en ruis in je foto brengen. Je kunt dan je sluitertijd aanpassen tot de belichting goed is. Begin bij 1/100 en doe vertraag indien nodig.

Bonustip: om sterrensporen en sterrenhemels vast te leggen, probeer je een lange sluitertijd van twee of drie seconden. Gebruik je laagst mogelijke ISO en een smal diafragma van f/11of f/16 om je belichting in balans te houden.

5. Watervallen en golven

Voeg een gevoel van beweging toe aan je landschapsfoto’s door watervallen, rivieren, golven en getijden te fotograferen met lange sluitertijden. Je hebt beslist een statief nodig, want daarmee kun je opnamen maken met lange sluitertijden van ongeveer één of twee seconden, waardoor de beweging van je onderwerpen zichtbaar wordt. Kies een hoog diafragma (f/11 of f/16) en pas de ISO-waarde aan tot je tevreden bent met de belichting.

Bonustip: als je het te licht vindt om een lange sluitertijd van een of twee seconden te gebruiken, wat waarschijnlijk overdag het geval is, kun je een ND-filter (neutrale dichtheid) gebruiken. Dit is als een zonnebril voor je camera en vermindert de hoeveelheid licht die de lens binnenkomt. Dit is het geheim om de beweging van water in je landschappen vast te leggen!

Creatieve tips voor het fotograferen van landschappen

Gebruik de regel van derden bij de compositie van je landschappen

Als er één compositieregel is die je moet kennen, dan is het wel de regel van derden. Dit is wanneer je foto wordt verdeeld in drie gelijke delen door twee verticale lijnen en twee horizontale lijnen, zodat je een drie-bij-drie raster hebt. De regel van derden houdt in dat je je foto’s inkadert met je hoofdonderwerp of brandpunt op een van de snijpunten van de rasterlijnen. Dit geeft je landschapsfoto’s een natuurlijker gevoel, waardoor het oog vanzelf op de foto valt.

Bonustip: de meeste camera’s en smartphonecamera’s hebben een functie die een raster op het scherm weergeeft. Zet dit aan en gebruik het om gemakkelijk de regel van derden te visualiseren bij de compositie van je landschappen.

Zoek naar focuspunten om je landschapsfoto’s te laten opvallen

Door een focuspunt aan je landschappen toe te voegen, geef je vorm en betekenis aan je foto’s. Dit kan iets simpels zijn als een boom, rivier, persoon of dier. Het kan zelfs een door de mens gemaakt object zijn, zoals een brug of gebouw. Als je een landschap wilt fotograferen dat geen focuspunt heeft, vraag dan je vriend(in), partner of (klein)kind om in de compositie te stappen en maak van hen je focuspunt. Door mensen aan je foto’s toe te voegen, geef je je foto’s een gevoel van de grootte en help je de kijker zich voor te stellen hoe het zou voelen om daar zelf te zijn.

Gebruik leading lines

Leading lines kunnen helpen het oog van de kijker door het beeld te leiden en het indrukwekkender te maken. Je kunt van alles gebruiken als leading lines, van hekken en voetpaden tot wegen en rivieren. Om dit te doen, moet je proberen je opnamen zo op te stellen dat de leading line naar het hoofdonderwerp van je foto ‘wijst’. Je zou bijvoorbeeld een houten hek kunnen gebruiken om het oog van de ene hoek van je foto naar een besneeuwde berg in de tegenoverliggende hoek te leiden.

Bonustip: probeer, terwijl je leert hoe je leading lines in je landschapsfoto’s kunt opnemen, eens in de zwart-witmodus te fotograferen. Dit maakt het gemakkelijker om op een meer geometrische manier te gaan kijken.

Fotografeer tijdens de gouden uren

Ook bekend als de ‘magische uren’, zijn de gouden uren de uren net na zonsopgang en net voor zonsondergang. Dan staat de zon het laagst aan de hemel en werpt hij een prachtig warm en rijk licht met een roze of rode tint. Sta vroeg op als je een vroege vogel bent of ga na het avondeten op pad als je meer een avondmens bent. Vergeet niet je statief mee te nemen en iets warms om aan te trekken. IJzige ochtenden zijn het mooist en de temperatuur zal zeker dalen als de zon eindelijk onder is.

De belangrijkste regel om te onthouden is dat ‘regels gemaakt zijn om ervan af te wijken’. De beste manier om je landschapsfotografie te verbeteren is gewoon een paar comfortabele schoenen aan te trekken, je camera en statief te pakken en zo veel mogelijk tijd buiten door te brengen met fotograferen. Probeer op verschillende uren van de dag te fotograferen zodat je leert hoe het licht verandert van ‘s morgens tot ‘s avonds. Hoe meer je fotografeert, hoe beter je landschapsfoto’s zullen worden!

Bekijk onze blog voor meer fotografietips en creatieve inspiratie!

Reacties