Wildlifefotografie is de eenvoudige maar tevens zeer moeilijke handeling van het fotograferen van dieren in hun natuurlijke habitat. Het is nu waarschijnlijk moeilijk voor te stellen, maar in het midden en het einde van de 19e eeuw was het bijna onmogelijk om scherpe beelden van dieren te maken. De camera’s, lenzen en films van die tijd waren gewoon te traag en te omslachtig. Om deze reden waren de meeste vroege foto’s van wilde dieren helemaal niet wild. De beroemde foto van Frank Hayes uit 1864 van de nu uitgestorven quagga, een zeldzaam zebraras, werd in werkelijkheid in een dierentuin gemaakt.

File:Quagga London Zoo.jpg - Wikipedia

Quagga met verzorger in London Zoo door Frank Hayes, 1864, via Wikipedia

Veel andere fotografen uit die tijd fotografeerden eigenlijk liever opgezette dieren, omdat die niet bewogen. Pas toen de sluitertijd van de camera’s tegen het einde van de 19e eeuw veel korter werd, begonnen fotografen beelden vast te leggen van dieren in hun natuurlijke habitat. Een goed voorbeeld hiervan is de serie van 1884 van de Duitse fotograaf Ottomar Anschutz, die de eerste wilde, vliegende vogels vastlegde.

File:Anschütz Vol cigogne étude 1884.png - Wikimedia Commons

Vliegende vogels door Ottomar Anschutz, 1884, via Wikipedia

National Geographic Magazine publiceerde zijn eerste wildlifefoto’s in 1906 en het genre werd al snel populair onder fotografen en mensen die geïnteresseerd zijn in de natuurlijke wereld. Vandaag de dag reizen veel mensen de wereld rond op zoek naar de meest ongrijpbare dieren. Anderen maken graag foto’s van vogels, dassen en insecten in hun eigen achtertuin. En natuurlijk, wie houdt er niet van een mooi portret van zijn huisdier? Tegenwoordig zijn er miljoenen dierenliefhebbers die zich toeleggen op het fotograferen van hun viervoetige familieleden. Seth Casteel gaat nog een stapje verder en bewijst dat honden allerlei natuurlijke habitats hebben, ook onder water!

Duikende hond door Seth Casteel, via sethcasteel.com

Belangrijke camera-instellingen en technieken voor wildlifefotografie

Het fotograferen van wilde dieren is zonder twijfel een van de meest uitdagende vormen van fotografie die er zijn. Ze zijn immers onvoorspelbaar en het is onmogelijk om ze te sturen. Maar met de juiste vaardigheden en kennis kun je er zeker van zijn dat je je wildlifefotografie in volle vlucht kunt uitvoeren.

1. Gebruik de juiste lens

Van kolibries die als lichtjes door de lucht zweven tot vrolijke honden die op frisbee’s jagen, dieren zijn moeilijk bij te houden. Daarom gebruiken wildlifefotografen vaak telelenzen waarmee ze van veraf kunnen inzoomen op hun onderwerpen. Sommigen gebruiken veelzijdige brandpuntsafstanden zoals 75 mm tot 300 mm, terwijl anderen kiezen voor ultratelelenzen zoals de 800 mm. Voor welke lens je ook kiest, zorg ervoor dat je er een kiest met ingebouwde OIS (optical image stabilisation; optische beeldstabilisatie), want dit vermindert de onvermijdelijke cameratrilling die je zult ervaren als je helemaal hebt ingezoomd.

Bonustip: sommige telefocale lenzen hebben ook macromogelijkheden, waardoor ze perfect zijn om griezelige, kruipende beestjes in je tuin of op safari van dichtbij te bekijken.

2. Maak optimaal gebruik van de sluiterprioriteit

Of je nu eekhoorns in je tuin wilt fotograferen of vliegende meeuwen op het strand, je hebt beslist een korte sluitertijd nodig. Hierdoor kan je camera bewegingen ‘bevriezen’ en scherpe beelden vastleggen. De meeste camera’s hebben een opnamemodus die ‘sluiterprioriteit’ of ‘sluitertijdprioriteit’ wordt genoemd, die wordt weergegeven als ‘TV’ of gewoon ‘S’ op de keuzeknop. Deze modus is perfect voor het fotograferen van snelbewegende dieren, omdat je de sluitertijd handmatig kunt instellen en handhaven terwijl de camera automatisch het diafragma en de ISO aanpast. Begin met een sluitertijd van 1/500 en stel deze in op 1/1000 of 1/2000 voor echt snel bewegende dieren, zoals vogels of rennende honden op het strand.

Bonustip: als je opnamen van wilde dieren maakt met je smartphone, download dan een foto-app zoals Manual Camera DSLR om de sluitertijd van je telefooncamera te regelen.

3. Gebruik een grote diafragma-instelling

De meeste wildlifefotografen zetten het diafragma van hun lens zo ver mogelijk open. Bijv. f/2.8 of f/4. Dit laat de grootst mogelijke hoeveelheid licht in de camera, wat betekent dat je kortere sluitertijden kunt gebruiken. Dit is, zoals hierboven vermeld, essentieel voor het fotograferen van dieren. Bovendien helpt een groot diafragma je ook om de achtergrond onscherp te maken en je onderwerp te isoleren.

Bonustip: als je groepen dieren fotografeert, bijvoorbeeld een groep paarden of koeien in een weiland, kan het nodig zijn een kleiner diafragma te gebruiken, zoals f/5.6 of f/8, om een grotere scherptediepte te bereiken en ervoor te zorgen dat je alle dieren scherp in beeld krijgt.

4. Gebruik de continue scherpstelstand

De meeste camera’s zijn standaard ingesteld op enkelvoudige autofocus (‘Single AF’, ‘AF-S’ of ‘AI-Servo’) wat betekent dat je camera slechts eenmaal op het onderwerp scherpstelt wanneer je de ontspanknop half indrukt. Als je echter de scherpstelmodus overschakelt naar continue AF (‘Continuous AF’, ‘AF-C’ of ‘AI-Servo’) blijft de camera het onderwerp volgen en scherpstellen terwijl het door het kader beweegt. Dit is perfect om scherp te blijven stellen op vliegende vogels of viervoetige dieren die op volle snelheid rennen.

5. Gebruik de elektronische sluiter

Fotografeer je met een moderne spiegelloze camera? Als je naar de instellingen van je camera gaat, vind je waarschijnlijk een optie om te kiezen tussen ‘mechanische sluiter’ of ‘elektronische sluiter’. Elektronische sluiters zijn min of meer geruisloos, wat ze perfect maakt voor het fotograferen van dieren, omdat je ze niet telkens afschrikt wanneer je een foto maakt.

Tips en technieken voor wildlifefotografie voor specifieke scenario’s

Bewegende dieren

Of het nu je kat is die van bank naar bank springt of een paard dat in volle galop over het strand gaat, je hebt altijd een zeer korte sluitertijd nodig om snel bewegende dieren vast te leggen. Stel je camera in op de sluiterprioriteitsmodus en kies een sluitertijd van ten minste 1/1000. Open je diafragma zo ver mogelijk en pas je ISO aan tot je tevreden bent met de belichting. Dit zal waarschijnlijk tussen 500 en 800 zijn. Gebruik continue scherpstelling om de onderwerpen te volgen.

Vliegende vogels

Vliegende vogels behoren tot de moeilijkste dieren om te fotograferen en vereisen ultrasnelle sluitertijden. Stel je camera in op de sluiterprioriteitsmodus en kies een sluitertijd van 1/2000. Open je diafragma zo ver mogelijk en pas je ISO aan tot je tevreden bent met de belichting. Dit zal waarschijnlijk tussen 800 en 1600 zijn. Gebruik continue scherpstelling om zelfs de snelste onderwerpen te volgen.

Stilstaande of langzaam bewegende dieren

Een das in je tuin gezien? Een luie flamingo in het park? Of een slaperige puppy op je bank? Wildlifefotografie draait niet altijd om snelheid. Soms moet je juist behoedzamer te werk gaan. Probeer in deze scenario’s over te schakelen op de stille elektronische sluiter van je camera en kies een sluitertijd van ongeveer 1/250 of 1/500. Sluit je diafragma tot ongeveer f/4 of f/5.6 om meer van je onderwerp scherp te krijgen en gebruik een lage ISO zoals 400 voor mooie scherpe en ‘cleane’ beelden. Daarna hoef je alleen nog maar zo dichtbij mogelijk in te zoomen, terwijl je zo stil en stil mogelijk blijft staan om je onderwerp niet af te schrikken.

Insecten en andere kleine wezens

Ga met een macrolens de tuin of het park in en je zult versteld staan hoeveel leven er onder je neus te vinden is. Van kikkers en wormen tot spinnen en slakken, kleine dieren zien er van dichtbij nog spectaculairder uit. Gebruik een hogere diafragma-instelling zoals f4 of f/5.6 om scherp te stellen. En ook al beweegt je onderwerp niet erg snel, je hebt toch een relatief korte sluitertijd nodig omdat macro-objectieven de nadruk leggen op de kleine trillingen die we allemaal in onze handen hebben. Gebruik 1/500 of sneller en pas je ISO aan (hoger dan 800 zou niet nodig moeten zijn). Kies liever voor enkelvoudige autofocus (‘Single AF’, ‘AF-S’ of ‘AI-Servo’) dan voor continue, want daarmee ben je op korte afstand preciezer.

Tips voor creatieve wildlifefotografie

Ga vroeg op pad (en ga pas laat naar huis)

‘De morgenstond heeft goud in de mond!’ Dus pak je camera en ga voor zonsopgang op pad om de lokale fauna in actie te zien. Het is niet alleen een drukke voedertijd voor veel dieren, maar ook de gouden uren van de zonsopgang zijn dan op hun best. Zelfs als de zon niet schijnt, kun je nog steeds schitterende beelden maken van dieren die gehuld zijn in de vroege ochtendmist. Als je meer een avondmens bent dan een vroege vogel, ga dan net voor zonsondergang op pad en fotografeer tijdens de gouden uren van de avond. De vogels zijn dan op hun best, want ze jagen dan op hun laatste maaltijden van de dag. Als je lang genoeg op pad blijft, heb je misschien wel het geluk om een echte nachtuil in actie te zien!

Blijf dicht bij huis

Je hoeft echt niet speciaal naar Afrika op safari te gaan om je wildlifefotografie-vaardigheden aan te scherpen. Zet je telelens op je camera en richt hem uit je raam. Als je geduldig genoeg bent, zul je versteld staan hoeveel dieren er door je tuin of straat lopen. Zet een vogelvoederhuisje neer om vogels aan te trekken of laat snacks achter voor dassen, eekhoorns en vossen. En het mooiste is dat je vanuit je eigen huis kunt fotograferen!

Speel met langere sluitertijden

Officieel moet je superkorte sluitertijden gebruiken om wilde dieren goed vast te kunnen leggen, maar je kunt ook fantastische opnamen maken door juist langere sluitertijden te gebruiken. Als je bijvoorbeeld een vogel fotografeert met 1/25, kun je je foto’s voldoende onscherp maken om een gevoel van beweging te geven. Hetzelfde geldt voor landdieren. Draai je camera om je onderwerp te volgen terwijl je erop scherpstelt en laat de achtergrond vervagen als je op de sluiterknop drukt. Het is niet gemakkelijk, maar het is erg leuk en zeker de moeite waard als het eindelijk lukt!

Oefen eens met je huisdier

Soms zijn de beste opnamen van ‘wilde dieren’ die we maken, van onze huisdieren. Neem ze mee naar de tuin of het strand met hun favoriete speeltje en oefen om dynamische opnamen te maken als ze rondrennen en spelen. Of probeer ze eens te fotograferen zonder dat ze het doorhebben en leg ‘stiekem’ de leukste momenten vast op camera.

Bij wildlifefotografie speelt de natuurbeleving een belangrijke rol. Maak je dus geen zorgen als je eens zonder foto’s naar huis gaat. Wees geduldig en volhardend, fotografeer zo vaak mogelijk en je zult snel de vaardigheden ontwikkelen die nodig zijn om echt wilde momenten vast te leggen!

Reacties